Clubrassen maken een steeds groter deel van de appelmarkt uit. Hoe gaat het concept in zijn werk en wat zijn de voordelen? Een toelichting van Urs Luder. Hij is CEO van het bedrijf GKE, dat zulke rassen beheert.


Hoe zijn de clubrassen ontstaan?

De clubrassen vinden hun oorsprong in de eerste geoctrooieerde appel. Dat was de Honeycrisp, die in 1960 werd ontwikkeld door de Universiteit van Minnesota. De universiteit vroeg er octrooi voor aan, wat betekende dat Amerikaanse telers ongeveer 1 dollar aan royalty's moesten afdragen voor elke boom van dit ras.

In de jaren tachtig en negentig werden nieuwe rassen ontwikkeld door diverse veredelaars over de hele wereld. Ze wilden zo profiteren van het concept en appels op de markt brengen via clubs met exclusieve teelt- en verkooprechten. Hieruit zijn onder andere Pink Lady® (rasnaam: Cripps Pink), Kanzi® (rasnaam: Nicoter) en Jazz™ (rasnaam: Scifresh) voortgekomen, tegenwoordig de belangrijkste wereldwijde appelmerken. Er bestaan daarnaast nog veel meer clubrassen die zijn gericht op bepaalde werelddelen of gebieden.

 

Wat zijn clubrassen?

Er wordt een licentie afgegeven voor de teelt en verkoop van clubrassen door een veredelaar of een andere rechtspersoon met de wettelijke rechten op dat ras. Afhankelijk van het licentiesysteem zijn de licentienemers telers of handelaars.

 

Hoe wordt een fruitteler lid van een club?

Zodra een ras is ontwikkeld, vragen aspirant-telers toestemming van de licentiehouder om dit ras te telen en melden ze zich aan als clublid. Deze aanmelding kan rechtstreeks bij de licentiegever (rasbeheerder) of via een telersvereniging gebeuren, afhankelijk van hoe de club en het licentiesysteem zijn georganiseerd. Bij goedkeuring door de eigenaar van de rechten sluit de teler dan een licentieovereenkomst af.

 

Wat voor beheersmaatregelen zijn er?

De goedkeuring en de daaropvolgende beheersmaatregelen bij de teelt van clubrassen lopen sterk uiteen. Het kan variëren van basisroyalty's voor bomen als eenvoudigste vorm tot volledig gesloten regelingen met licentieovereenkomsten, waarbij strenge regels gelden voor overige productiefactoren zoals de fruitkwaliteit, de teeltpraktijk, de verkoop (merknamen) en het aantal bomen.

 

Wat zijn de gebruikelijke extra kosten voor de teelt van clubrassen en welke premies zijn er mogelijk?

Meestal moet de teler een eenmalige en/of regelmatige licentievergoeding betalen. De meest voorkomende overeenkomsten zijn royalty's voor bomen, areaal (per hectare) of productie (per kilo verkoopbaar fruit). Elke club heeft zijn eigen structuur voor licentievergoedingen met een of meer van de bovengenoemde soorten royalty's. De mogelijke premies variëren per clubras. Het idee achter de beheerde rassen is dat de fruitteler een stabieler jaarinkomen heeft, en zo proberen de handelaars de vaak voorkomende grillige prijsschommelingen bij de verkoop van basisgoederen te vermijden. Bij beheerde rassen gebeurt dit door gerichte marketing en technische ondersteuning om de prijzen te optimaliseren en het aanbod onder controle te houden. Dat maakt de extra kosten gedurende de levensduur van de boom meer dan goed. Niet veel rassen behalen deze status, maar Pink Lady®, Kanzi® en Jazz™ zijn goede voorbeelden van hoe streng gecontroleerde clubrassen voordeel kunnen opleveren voor de teler.

 

Wat haalt de retailer uit de overeenkomst?

Een premiumassortiment is belangrijk voor retailers en clubrassen bieden dat verschil. Veel retailers willen een exclusieve levering van nieuwe clubrassen voor hun premiumassortiment, maar veel van deze rassen, zoals de drie hierboven genoemde, worden aan alle retailers geleverd.

 

jazz appels

 

Pink Lady appels

Kanzi appels

 

GDPR call to action image 2 - clubrassen artikel

bevestig e-mail inschrijving